1. Hoe zet ik het hoortoestel aan en uit?
2. Hoe weet ik in welk oor welk toestel moet?
3. Hoe plaats ik het hoortoestel juist in mijn oor?
Achter-het-oor toestel:
1. Plaats het toestel achter uw oor, bovenaan de oorschelp.
2. Het draadje of buisje loopt langs de voorkant van uw oorschelp.
3. Het oorstukje of de dome hangt in de juiste positie voor uw gehoorgang.
4. Duw het voorzichtig dieper in uw gehoorgang, zonder te draaien.
• Het oorstukje moet zo diep mogelijk zitten, zodat het achter de bocht van uw gehoorgang vastzit.
5. De plaatsing is correct als alles strak rond uw oor aansluit.
In-het-oor toestel:
1. Breng het hoortoestel naar uw gehoorgang, met de voorkant naar voren.
• De voorkant is meestal aangeduid met het serienummer.
• Kijk ook naar het dunne trekdraadje: dit zit onderaan de batterijlade of het oplaadpunt.
2. Duw het hoortoestel zo diep mogelijk in uw gehoorgang, zodat het achter de bocht vastzit.
4. Hoe weet ik of het hoortoestel goed zit?
5. Hoe controleer ik bij een andere persoon of het hoortoestel goed geplaatst werd?